Roundup en chronische nierziekte

round up en nierziekten

Onderzoekers uit Sri Lanka en Californië hebben een stevig dossier samengesteld waarin ze de relatie tussen het gebruik van glyfosaat (Roundup) en een onbekende nierziekte aan de kaak stellen. Hun verhaal toont eens te meer aan in hoeverre de effecten van het massale gebruik van chemicaliën in de landbouw onderschat worden. Al te gemakkelijk wordt de veiligheid van die chemicaliën voor waar aangenomen, zonder voorafgaand kritisch onderzoek.

De eerste gevallen van de onbekende nierziekte bij rijstboeren uit Sri Lanka (CKDu, chronic kidney disease of unknown etiology) doken in de jaren negentig op. Van onbekende oorsprong, want gekende oorzaken zoals diabetes, hoge bloeddruk of herkenbare nierontstekingen hebben er niets mee te maken. Ondertussen treft CKDu 15 % van de boeren. Op termijn heeft de ziekte ernstige gevolgen.

CKDu komt vooral bij een bepaalde beroepsbevolking voor; een omgevingsfactor als oorzaak ligt voor de hand. Lood, NSAID’s, aminoglycosiden, aristolochzuur en schimmeltoxinen zijn geen waarschijnlijke oorzaak, dus blijven nog over: arseen, cadmium, pesticiden en … hard water. CKDu komt vaker voor in gebieden waar het water hard is, rijk aan calcium, magnesium, strontium en ijzer. Statistieken spreken van een sterk verband: 96 % van de nierpatiënten heeft gedurende vijf jaar hard water gedronken. Bovendien moeten boeren in broeierige omstandigheden werken. Allemaal factoren die belastend zijn voor de nieren, maar die CKDu op zich niet kunnen verklaren.

Het harde water van Sri Lanka bevat ook arseen, een toxisch metaal dat ook in de nagels van CKDu-nierpatiënten aangetroffen wordt. Dezelfde concentraties worden ook bij gezonde bewoners gemeten, die de nierziekte niet krijgen. Onderzoekers moesten dus een bijkomende factor vinden die de niertoxiciteit van hard water en/of zware metalen dramatisch verhoogt.

CKDu verscheen pas in de jaren negentig, op een moment dat chemicaliën in de landbouw van Sri Lanka massaal toegelaten werden. Frappant: in een provincie uit het noorden van Sri Lanka waren dezelfde chemicaliën aanvankelijk verboden. CKDu heeft die streek minder hard getroffen, hoewel het water er even hard is. Veruit het meest gebruikte pesticide is nog steeds glyfosaat. Monsanto, producent en lange tijd patenthouder, heeft lange tijd beweerd dat het biologisch vlot afbreekbaar is, maar al in 1996 waren er rechtszaken die deze claim aanvochten. Monsanto verspreidde een foute weergave van de feiten.

De stabiliteit van glyfosaat in de bodem hangt sterk af van mineralen in de bodem. De halfwaardetijd is 92 dagen in water en 47 dagen in de bodem, dat is een gunstig veiligheidsprofiel. Binding met metalen (hard water) kan de halfwaardetijd verlengen naar 7 tot 22 jaar (!), terwijl het water oplosbaar blijft. Dit complexe gedrag compliceert de detectie van glyfosaat. De meeste metingen in het verleden hebben de milieubelasting van glyfosaat zwaar onderschat. Binding met hard water verlaagt bovendien de potentie van dit herbicide.

De combinatie van hard water, zware metalen en glyfosaat vormt momenteel de beste verklaring voor de CKDu-epidemie in Sri Lanka. Verhoogde niveaus aan zware metalen worden overal in Sri Lanka gevonden. Sommige meststoffen bevatten verhoogde concentraties van zware metalen, waardoor cadmium en arseen in groenten en rijst zitten. In Sri Lanka wordt op tabaksbladeren gekauwd, nog een bron van zware metalen.

Daarnaast tonen urine-analyses dat glyfosaat alomtegenwoordig is bij boeren die sproeien. Glyfosaat wordt geïnhaleerd en zelfs via het zweet geabsorbeerd. Voor grondige analyses zijn nieuwe meetmethoden nodig, omdat glyfosaat-metaalcomplexen lastig te meten zijn. Recente metingen in Spanje detecteerden glyfosaat in 41 % van de bodemstalen, terwijl oude metingen niets konden vinden.

De toxiciteit van glyfosaat komt niet helemaal uit de lucht vallen. Een aantal studies hebben zich wel geconcentreerd op glyfosaat-metaalcomplexen en hebben nierschade bij dieren vastgesteld.

Tot slot hebben de onderzoekers ook een idee van schadende biochemie van glyfosaat-metaalcomplexen. Glyfosaat-arseen komt rechtstreeks in de bloedcirculatie terecht zonder dat de lever de kans krijgt om het zware metaal te ontgiften. De opmerkelijke waarneming dat CKDu-patiënten doorgaans normale leverwaarden hebben, sluit daarbij aan. De complexen komen dus vlot in de veel gevoeligere nieren terecht. In bepaalde niercellen wordt ammonium (NH4+) geproduceerd dat het toxische arseen bevrijdt uit het glyfosaat. De schade die arseen toebrengt, zal op termijn de weerstand van de nieren tegen glyfosaatcomplexen verlagen en onherstelbare nierschade toebrengen.

Sri Lanka is niet het enige land. In India en in Zuid-Amerika zijn er ook regio’s waar CKDu veel slachtoffers maakt. In El Salvador is CKDu de belangrijkste oorzaak van hospitaalsterfte, met vele jongeren onder de slachtoffers! Niet toevallig in gebieden waar veel katoen wordt geteeld …

Vele argumenten onderschrijven de link tussen glyfosaat en chronische nierziekte, maar een definitief bewijs is dit niet. Wel is duidelijk dat de agro-industrie een karikatuur maakt van wetenschappelijke feiten en dat de academische wereld laks toekijkt en zelfs meewerkt. We kennen de langetermijngevolgen van GGO’s, pesticiden en industriële landbouw in het algemeen niet: noch voor het milieu, noch voor de gezondheid, noch voor de boer. Want die laatste is de grootste slachtoffer, zij die intensief in contact komen met vergif.

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/681